Afbeelding
Foto: Wil Gommans

Diny Franssen-Wijnhoven (87)

Wanssum | Diny Wijnhoven (87) groeide op in een katholiek gezin in Wanssum als oudste dochter van Gerard Wijnhoven en Maria Lemmens. Het gezin woonde aan de latere Rozenstraat. 


Die straatnaam ontstond na de oorlog niet toevallig: vader was boom- en rozenkweker. Tijdens de oorlog zaagden de Duitsers echter vrijwel alle bomen om die hij bij zijn bedrijf had staan. Daardoor bleef uiteindelijk vooral de rozenkwekerij over, iets wat later zelfs zijn weerslag kreeg in de naam van de straat. Diny was de oudste van vijf kinderen en groeide op in een omgeving waarin geloof en kerk centraal stonden. Verschillende familieleden zaten in het klooster. Die sterke katholieke achtergrond zou haar hele leven blijven bepalen en uiteindelijk zelfs leiden tot de oprichting van een museum vol religieus erfgoed. Haar jeugd werd sterk getekend door ziekte, oorlog en verlies. Haar moeder Maria Lemmens was vaak ziekelijk. In de familie leefde sterk het gevoel dat er rondom haar ziekte bijna sprake was van een wonder. Ondanks haar zwakke gezondheid bleef Maria een optimistische en vrolijke vrouw. 


Oorlog

Tijdens de oorlog lag moeder ziek in bed toen Wanssum al grotendeels geëvacueerd was. Het gezin verbleef in de schuilkelder in afwachting van evacuatie. Midden in de nacht werd haar moeder met een jeep opgehaald. Ze lag dwars over de bank onder dekens, een zeil en een net, zodat ze tijdens de rit niet kon vallen. Via het juvenaat, het huidige Pascalis, werd zij naar een ziekenhuis vervoerd. De familie wist niet waar. Haar vader trok ondertussen met een kruiwagen richting Oostrum, met een baby erin en twee kinderen ernaast die de kruiwagen moesten vasthouden om elkaar niet kwijt te raken. Toen zij aankwamen was moeder al vertrokken. Uiteindelijk wist een heeroom, een oom die priester was, haar terug te vinden in Veghel.


Tijdens de evacuatie kwam het gezin uiteindelijk terecht in Eindhoven, waar vele gezinnen samen in een groot gebouw verbleven en op matrassen sliepen. De oorlog had grote gevolgen voor Diny’s jeugd. Ze kon slechts twee maanden naar de eerste klas van de lagere school. Samen met haar opa zag ze hoe de kerk van Wanssum werd opgeblazen. Die beelden zijn haar altijd bijgebleven. Toen het gezin na de oorlog terugkeerde, bleek hun huis verdwenen. Daarna moesten ze een tijd lang wonen in een provisorische schuur die door inwoners van Wanssum en haar vader bewoonbaar werd gemaakt.


Opleidingen

Pas in de derde klas kon Diny weer normaal naar school. Als oudste dochter hielp zij al jong volop mee in het huishouden. Na de lagere school ging zij intern naar de huishoudschool bij de nonnen in Koningsbosch bij Echt. Alleen met Kerstmis, Pasen en in de zomervakantie kwam zij nog thuis. Het verblijf was zo intensief dat zij thuis bijna geen Wanssums dialect meer sprak. Toen Diny zeventien jaar oud was overleed haar moeder, die nog geen veertig jaar oud werd. Vader Gerard hertrouwde later met Gonnie Vink uit Dreumel, die uiteindelijk 103 jaar oud zou worden. Gonnie had jarenlang verkering gehad met een man die kort na de oorlog verongelukte tijdens het mijnenvegen. Daarna ging Gonnie het klooster in, maar dat bleek niet haar weg. Via bemiddeling door de heeroom kwam zij uiteindelijk in het gezin Wijnhoven terecht. Uit het tweede huwelijk werden nog twee kinderen geboren.


Na enige tijd thuisgewerkt te hebben volgde Diny een opleiding gezinszorg in Brummen. Tijdens die opleiding verbleef zij intern op San Damiano in Venray. Daar ontmoette zij de schilder Martien Franssen, die daar aan het werken was. Kort voordat zij weer terugging naar Brummen vroeg hij haar of zij later nog eens samen konden wandelen. Uit die ontmoeting ontstond verkering.


Huwelijk

In 1962 trouwden Diny en Martien. Ze gingen wonen aan de Bontekoestraat in Venray en kregen samen vijf kinderen. Later verhuisden zij naar de Oubadestraat in Brukske. Intussen begon hun verzameling religieuze voorwerpen steeds grotere vormen aan te nemen. Beelden, tabernakels, kerkspullen en devotionalia werden overal vandaan gered, vaak uit kerken en kloosters die gesloten werden of leeggeruimd moesten worden. Toen ook de ruimte in Brukske te klein werd, verhuisden zij in 1997 naar Wanssum, naar het voormalige pand van Van Erp Tegels en Sanitair aan de Beemtweg. Dat gebouw konden ze gunstig kopen en werd vervolgens grondig verbouwd en groeide uit tot Museum 't Zonnelied. Wat begon als een hobby liep volledig uit de hand. Het museum staat tegenwoordig 'tjok en tjok vol' met religieus erfgoed. Voor Diny is het meer dan verzamelen alleen. Ze vindt het verdrietig dat steeds meer kerken verdwijnen, worden afgebroken of omgebouwd tot appartementen. Juist daarom wil zij het katholieke erfgoed bewaren voor volgende generaties.


Latere leven

Na het overlijden van Martien Franssen op 6 oktober 2021 bleef zij actief doorgaan. Diny leest graag de Peel en Maas, handwerkt veel en is voortdurend bezig om alles goed te archiveren. Ze zegt zelf dat ze zich nooit verveelt. Met enige verwondering kijkt ze naar de huidige maatschappij: "De mensen nemen veel te veel hooi op de vork."

Afbeelding