
Lintje voor museumman Ariaens
Venray | Paul Ariaens zit vrijdagmiddag 26 april nietsvermoedend op de trap in de portiek van zijn woning in Venray te wachten. Hij wordt opgehaald om naar zijn eigen receptie in het Oorlogsmuseum in Overloon te gaan. Ariaens is immers vijftig jaar vrijwilliger in het museum en daar hoort een klein feestje bij. Als de deurbel gaat en hij de deur opent, schrikt hij zich een hoedje. Burgemeester Michiel Uitdehaag staat voor de deur om Ariaens te verrassen met een koninklijke onderscheiding. "Ik ben verguld van trots", zegt de 81-jarige Venraynaar ruim een week later.
Ariaens gaat vanaf nu door het leven als Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Een eer die hij dacht nooit te krijgen. Het krijgen van een koninklijke onderscheiding is nooit zijn drijfveer geweest. Hij vond het immers leuk om de handen uit de mouwen te steken voor het Oorlogsmuseum, maar ook voor bijvoorbeeld het Freulekeshuus en vastelaovesvereniging De Piƫlhaas. Prins is hij nooit geweest, maar Ariaens was wel vijftien jaar lid van de Raad van Elf en hij zat elf jaar in de prinsenkeuzecommissie. In het bestuur van het Freulekeshuus nam hij zitting van 1995 tot 2010. Toch loopt het vrijwilligerswerk binnen het Oorlogsmuseum als een rode draad door zijn leven. "Anders houd je dat ook niet vijftig jaar vol", legt hij uit.
De interesse voor historische verhalen en in het bijzonder de Tweede Wereldoorlog begint bij Ariaens al op jonge leeftijd. Als hij een jaar of dertien is, zijn er historische en archeologische werkgroepen bezig met onderzoek bij het Zwartwater tussen Venray en Vredepeel. "Ik ging daar op mijn fietsje kijken en dat vond ik geweldig interessant. Daar is mijn interesse voor de oudheid ontstaan en die is eigenlijk nooit weggegaan."
Als hij in zijn dienstjaren wordt ingezet als wapenhersteller, groeit zijn kennis van oorlogswapens gestaag en uiteindelijk komt hij in contact met het oorlogsmuseum. Daar gaat hij aan de slag als vrijwilliger en hij houdt zich tot op de dag van vandaag bezig met wapens uit de Tweede Wereldoorlog. Nog twee keer per week gaat hij met een vaste groep vrijwilligers naar het museum. "Ik ben onder meer naar Belgiƫ, Duitsland en Finland geweest om wapens te bekijken en te verwerven voor het museum. Dat ging altijd in overleg. Helaas is er in de jaren na de oorlog veel verloren gegaan. Veel wapens werden vernietigd. Tegenwoordig proberen we alles te conserveren en te bewaren voor het nageslacht. Ook ben ik mijn collega-vrijwilligers erg dankbaar. Zij halen en brengen mij altijd, anders zou ik vanwege gezondheidsproblemen niet meer in het museum komen."
Dan terug naar de vrijdag van de lintjesregen. Ariaens, zo trots als een pauw, voelt zich beetgenomen door de initiatiefnemers van de aanvraag voor zijn lintje. Sommige mensen wisten al maanden dat hij een koninklijke onderscheiding zou krijgen. Het maakte zijn dag eigenlijk alleen maar specialer. "De receptie in het Oorlogsmuseum was prachtig en daar waren familie en vrienden bij aanwezig. Ook de ontvangst voor de gedecoreerden in de schouwburg op Koningsdag was geweldig. Ik had deze bijzondere momenten voor geen goud willen missen."
