‘Vieren’

Venray | Op 12 april 2026 vond in Zaal 7 van hotel Asteria in Venray de 33ste prijsuitreiking plaats van de schrijfwedstrijd ‘De Raadselige Roos 2025-2026’. Deze keer had men gekozen voor het thema ‘vieren’. Meestal wordt dit thema opgevat als het werkwoord vieren: een feest vieren, een verjaardag vieren, carnaval vieren, een overwinning vieren. Soms ook in de betekenis van het leven vieren bij een overlijden (‘hij vierde het leven’).


Een andere betekenis van vieren kennen we in de zeilsport: het laten vieren van een zeil, wat de betekenis heeft van het gecontroleerd losser laten van een touw zodat het zeil minder onder spanning komt te staan en minder wind vangt. Overeenkomstig wordt het woord vieren ook gebruikt bij andere werkzaamheden waarbij iemand een touw moet laten vieren opdat een ander ergens een maat kan nemen.


Ook kennen we de uitdrukking: ‘de teugels laten vieren’. Deze uitdrukking komt uit de paardensport en heeft betrekking op het leiden van paarden, al of niet als ruiter of als koetsier. Deze uitdrukking wordt ook gebruikt in organisaties als men de regels, al of niet tijdelijk, wat losser wil toepassen.


Het woord ‘vieren’ kan men ook opvatten als een zelfstandig naamwoord. In de betekenis van meer dan één cijfer vier. De derde prijswinnares (Hilde Slooff uit Alkmaar) heeft daar in haar gedicht gebruik van gemaakt. “Vier delen een kale vader, een dode moeder en een kano”, waarmee vier kinderen worden bedoeld. Zij gebruikt ‘vieren’ niet alleen als een werkwoord (de woorden ‘feestslinger’ en ‘verjaardagstaart’ wijzen daarop), maar ook als een meervoud van het cijfer vier. Bovendien heeft zij eveneens in de vorm van haar gedicht het getal vier verwerkt: haar gedicht is opgebouwd uit vier kwatrijnen. Een kwatrijn is een strofe van vier regels.


Wonderbaarlijk is het gedicht van de winnares van de eerste prijs poëzie 2025-2026: Janneke van Bockel uit Utrecht. Het gedicht gaat over het vieren van de verjaardag van haar achtjarige dochter. Maar in de tekst wordt op pijnlijke wijze duidelijk dat sprake is van zogenaamde ‘stille’ armoede. Er wordt wel feest gevierd, maar op een wel heel karige wijze.


Zes nachtjes

Mijn dochter wil dit jaar geen afstreepkalender

neemt haar vriendjes niet naar hier

ze weet wel hoe de vlag erbij hangt.

‘Wel slingers’ – zegt ze – ‘die hebben we nog

gelukkig ben ik in het weekend jarig’.

Te wijs, te groots – zo quasi onverschillig.

Nog net geen negen.

Zo had ik het niet bedacht

toen ik aan haar begon.

… als ik nou loop in plaats van bus en dan brood in plaats van warm

morgen ook – de hele week – tosti’s zijn haar lievelings

vrijdag misschien pannenkoeken? …

Dan haal ik zondag

taart en is het feest!

Zes nachtjes slapen nog.


Janneke van Bockel, Utrecht.

CHAPEAU!


André Leijssen, Literair Café Venray.