
Bert Cleven (94)
Merselo | Bert Cleven werd geboren op 17 februari 1932 in Merselo, op De Steeg. Hij is een zoon van Piet Cleven en Nel Strijbosch uit Castenray en groeide op in een groot gezin. Bert is de vierde van twaalf kinderen, met drie oudere zussen boven zich. Hij had naar eigen zeggen een mooie jeugd op de pachtboerderij in Merselo. In 1934 verhuisde het gezin naar Swolgen. Daar woonden ze aan de Schelberg, op een pachtboerderij van Coenen uit Geijsteren, achter de toenmalige Boerenbond. Het was een levendig gezin waarin veel werd gespeeld, maar waarin de kinderen elkaar ook flink konden plagen. Ruzies waren er soms ook, maar, zegt Bert nuchter: "Het kwam altijd weer goed."
Oorlog
De oorlog maakte diepe indruk op hem. Bert zag de Duitsers komen en later ook weer vertrekken. Daarna maakte hij ook de komst van de Engelsen mee. Het gezin zat geregeld in een schuilkelder onder het bakhuis achter de boerderij, een gewelfde aardappelkelder. Op een gegeven moment zaten daar 32 mensen bij elkaar. Een familie uit Oirlo was naar Swolgen geëvacueerd omdat de oorlog daar nog heviger woedde. Daarnaast zaten er ook onderduikers verborgen: drie boerenzonen uit Castenray die eigenlijk in Duitsland moesten werken. Zij hielden zich schuil in de schuur, onder het stro, met gevaar voor eigen leven.
Opleiding en werk
Na de lagere school ging Bert thuis werken op de boerderij. Het melken van de koeien werd door de meisjes gedaan, terwijl hij zich vooral bezighield met het verzorgen van paarden en met het werk op het land. Twee jaar later kreeg hij alsnog de kans om naar de landbouwschool in Broekhuizenvorst te gaan. Oudere kinderen waren hem voorgegaan omdat ze door de oorlog geen onderwijs konden volgen. Daar kreeg hij les van meester Gielen, die hij nog kende van de lagere school. Dat vond hij bijzonder, maar ook vertrouwd. Na drie jaar rondde hij de landbouwschool af, op 17-jarige leeftijd.
In 1949 verhuisde het gezin opnieuw, ditmaal naar Meterik, waar ze tot 1951 woonden. Daarna kwamen ze terecht in Veulen, op een boerderij van De Gouden Leeuw aan de Paardenkopweg.
Verkering en huwelijk
Na enkele 'scharrelrelaties', zoals Bert het zelf noemt, ontmoette hij in 1958 tijdens de Meerlose kermis To Weijs van de Overbroek Kraaksepas in Leunen. Zij was de dochter van Petran Weijs. Zijn eerste vrouw was jong overleden. Later hertrouwde hij met Bets van Ool, de moeder van To. Toen Bert To die avond naar huis bracht, was het voor hem meteen raak. "Ik was op slag verliefd", vertelde hij later. Op 10 juli 1962 trouwden Bert en To. In eerste instantie gingen ze bij de vader van To inwonen. Niet lang daarna betrokken ze een huis aan de Langstraat, dat door Petran Weijs was gekocht, naast de winkel van Tummers Venray. Kort daarna overleed To’s moeder en kwam Petran Weijs bij hen inwonen. Vijf jaar later overleed ook hij.
Bert werkte vanaf 1960 als buschauffeur bij de Zuidooster. In 1971 kochten Bert en To een eigen huis aan de Prins Bernhardstraat in Venray, waar Bert tot voor kort heeft gewoond. Het huwelijk was goed en hecht. "We hadden het samen fijn", zei hij daar eenvoudig over.
Latere jaren
In 1992 ging Bert met vervroegd pensioen. Enkele jaren later, in 1998, overleed To na een lang ziekbed. Naast zijn werk had Bert ook zijn hobby’s. Op zaterdagen ging hij graag jagen met enkele jagers uit Leunen. Daarnaast ontwikkelde hij een grote interesse in archeologie. Die belangstelling begon toen hij samen met zijn vader op het veld een vuurstenen pijl vond. Vanaf dat moment was zijn nieuwsgierigheid gewekt. In de loop der jaren vond hij tal van archeologische voorwerpen uit vroegere tijden. Het grootste deel daarvan heeft hij later afgestaan aan een museum. Een mooi exemplaar laat hij trots zien nadat hij het te vooorschijn heeft gehaald.
Na het overlijden van To ging Bert wekelijks dansen. Een jaar later kreeg de weduwnaar een vriendin uit Horst, met wie hij ongeveer 25 jaar een latrelatie had. Inmiddels is hij weer alleen. Zijn gezondheid liet hem de laatste jaren niet onberoerd. Door maculadegeneratie ziet hij al zo’n twintig jaar slecht. Maar ook daarover spreekt hij met humor. "Scherp zien is er nu wel van af", zegt hij dan schaterlachend.
Bert en To kregen één zoon, Peter, die in België woont. Hij had ook een kleinkind, Hube, maar die overleed tragisch op 20-jarige leeftijd bij een ongeluk in Juli december 2018 in Melderslo. Iets waar Bert nog vaak verdrietig van wordt. "Daarmee houdt de familietak helaas op te bestaan."
Als hij terugkijkt op zijn leven, heeft hij altijd één wens gehad. Hij had graag ooit nog eens naar Nieuw-Zeeland gewild. "Dat land heeft me altijd getrokken", zei hij. Het is er alleen nooit van gekomen. "Je moet eigenlijk niet uitstellen wat je graag wil doen want voor je het weet ben je te laat."
Sinds kort woont Bert in 't Zorghuus in Ysselsteyn. Over zijn huidige leven is hij nuchter en eerlijk: "Het leven en eten is daar goed en ze hebben lieve en goede verpleging." Maar meteen voegt hij daar in dezelfde adem aan toe: "Een oude boom moet je eigenlijk niet meer verplanten." Toch overheerst de berusting. "Maar goed", zegt Bert, "ik kan ermee leven."
