Conclusies project Boeren en Buren

Conclusies project Boeren en Buren

Beeld luchtkwaliteit wisselend, niet genoeg aandacht voor stankoverlast

VENRAY | De slotconclusie van het project Boeren en Buren is dat de meetresultaten van luchtvervuilende stoffen, geproduceerd door veestallen en het snelwegverkeer, niet wereldschokkend zijn. Toch vindt het RIVM dat er actie moet komen. Dat bleek woensdagavond in het gemeentehuis waar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de resultaten presenteerden. Meerdere omwonenden geven aan dat het probleem van geurhinder in dit project onvoldoende aandacht kreeg. Het project mag als uniek worden gezien: nooit eerder is op zoveel locaties in een gebied met veel intensieve veehouderijen de luchtkwaliteit gemeten, aldus het RIVM.


Door onze redactie


Het RIVM heeft daar wel een verklaring voor. De nieuw ontwikkelde geur-meldapp is in dit project voor het eerst experimenteel gebruikt. Niet veel deelnemers hebben meldingen van stankoverlast gedaan, meldt het instituut. De meldingen die werden gedaan zijn vielen niet samen met momenten van hoge fijnstofconcentraties en een aantal meldingen lijken verband te houden met lokale bronnen. Het RIVM concludeert dat deze methode niet geschikt is om op een representatieve manier geurhinder in kaart te brengen. 

Mia Wegh van Gezond Leefmilieu Venray (GLV steunde het project als vertegenwoordiger van de deelnemende omwonenden) toonde zich teleurgesteld dat de stankoverlast niet goed in kaart is gebracht. “We konden geur niet met sensoren meten, maar moesten het melden met de smartphone. Dat hebben niet veel mensen gedaan. Dat wil niet zeggen dat er geen hinder is, integendeel. Het is een gemis dat we geurhinder niet beter in beeld konden brengen.” 

Juist geurhinder tast het woongenot aan van buren van de boeren en is vaak de belangrijkste aanleiding voor spanningen tussen boeren en burgers, werd tijdens de presentatie duidelijk.

Terug naar de metingen die wel konden worden gedaan. Maar waarom eigenlijk die metingen? 

Omwonenden van veehouderijen en drukke wegen hebben last van geurhinder en/of maken zich zorgen om blootstelling aan luchtvervuilende stoffen. Boeren willen meer inzicht in hun staluitstoot en de mate waarin dit bijdraagt aan concentraties in de leefomgeving. In Venray komen deze vragen bij elkaar in het project Boeren en Buren. 

In dit project hebben veehouders, omwonenden en de gemeente Venray, onder begeleiding van het RIVM een jaar lang samen luchtkwaliteit gemeten. Dat gebeurde van november 2019 tot en met oktober 2020.

Het doel is inzicht verkrijgen in de concentraties van luchtvervuilende stoffen en de bijdrage van bronnen daaraan. Tevens behelsde het onderzoek in hoeverre de metingen het vertrouwen tussen boeren, omwonenden en de lokale overheid kan worden vergroot en het gesprek over lokale oplossingen kan ondersteunen. Het onderzoek naar dat laatste is nog in volle gang. 

De conclusies van de eerst doelstelling liggen er wel. Die worden hieronder duidelijk gemaakt met een overzicht van de resultaten. 

- Op terreinen met leghennenstallen zijn verhoogde concentraties fijnstof (PM10)  gemeten, die evenwel snel afnamen naarmate verder van de bron (de uitblaas van de stal) werd gemeten. Bij de vleeskuiken- en varkenstal werden geen verhoogde concentraties stalemissies gemeten. Ook bij omwonenden zijn weinig tot geen verhoogde concentraties fijnstof (PM10) gemeten.   

- Metingen dichtbij de snelweg en houtkachels gaven geen verhoogde fijnstofmetingen te zien. Wel dragen deze bronnen, net als stallen, bij aan de deken van fijnstof die er hangt, de zogenaamde achtergrondconcentratie. 

De metingen van stikstofdioxide en ammoniak geven volgens het RIVM een goede indicatie van concentratieniveau's van luchtvervuilende stoffen. 

- Stikstofdioxide (een indicator voor het mengsel van luchtverontreiniging afkomstig van het verkeer) werd in verhoogde concentraties aangetroffen bij de snelweg. Door de coronamaatregelen was die concentratie 10 tot 20 procent lager dan 'normaal.' 

- Ammoniak (de uitstoot ervan in Nederland is voor ruim 80 procent afkomstig van de landbouw; door mest uit de stallen, mest in de wei, en het gebruik van (kunst)mest op het land) is het sterkst verhoogd in gebieden met veel veehouderijen, de hoogste concentraties zijn aangetroffen op terreinen van veehouders dichtbij de bron van de uitstoot. 

- Bij omwonenden liggen de overschrijdingen van de grenswaarden niet voor de hand en liggen daar zelfs ver onder, constateerde het RIVM. Hierbij een kanttekening:  Voor fijnstof en stikstofdioxide liggen de gemeten waarden (zoals in grote delen van Nederland) wel boven de WHO-advieswaarden, die zijn aangescherpt in september 2021. Voor ammoniak is geen grenswaarde, maar draagt wel bij aan fijnstof in de lucht. 

"Dat er nu echt samen is gemeten door boeren en buren met een onafhankelijke partij als het RIVM en dat de resultaten open zijn gedeeld, zorgt voor vertrouwen in de resultaten", laat wethouder Jan Jenneskens weten. Venray gaat de resultaten gebruiken bij het programma Landelijk Gebied en het Schone Lucht Akkoord. Ook wordt een vervolgproject gestarten met het accent op het meten van geuroverlast. 

RIVM-projectleider en wetenschapper Marita Voogt zegt dat ondanks de gemeten concentraties bij omwonenden niet in de buurt komen van de wettelijke grenswaarden voor fijnstof, actie nodig is. "De concentraties van fijnstof en stikstofdioxide liggen wel boven de recent aangescherpte WHO-advieswaarden. Daarom is het van belang luchtkwaliteit te verbeteren. Daarvoor is een mix van maatregelen nodig. Bij de veehouderij, maar denk ook aan hoe we onze huizen verwarmen of hoe we ons verplaatsen van A naar B.”