"Peel en Maas is dé nieuwsvoorziening voor Venray e.o." Foto: Eigen foto

Journalist René Poels

Meerlo | Meerlo | René Poels (72) uit Meerlo is oud-journalist van Dagblad De Limburger (voorheen Dagblad voor Noord-Limburg) en een trouwe lezer van Peel en Maas. Hij bestookt de redactie geregeld met artikelen als pr-man en bestuurslid van onder meer de Wout Poels-fanclub, het Wereldpaviljoen in Steyl en de Martinusstichting voor hulp aan straatkinderen in Rio de Janeiro. In het kader van het 140-jarig jubileum van Peel en Maas leek het de redactie interessant om in de rubriek Hoe is het toch met? met de oud-journalist terug te blikken op onder meer zijn journalistieke loopbaan. Tevens wordt aan de hand van een aantal vragen zijn mening gepeild over het medialandschap anno 2020, met speciale aandacht voor ‘zijn’ Peel en Maas.


René, we gaan het zo over media hebben. Maar eerst: hoe is het met jou in deze coronaperiode?

"Met mij is alles oké. Net terug van een indrukwekkende rondreis van drie weken door Ghana zitten we midden in een coronacrisis. Een onwerkelijke situatie. Alles afgelast. De zon schijnt, de vogeltjes fluiten in de tuin, maar toch! Afwachten. Het is allemaal onzeker. Ik heb grote waardering voor al die mensen die zich nu beroepshalve of als vrijwilliger inzetten voor de medemens. En dan die vermeende deskundigen die in allerlei praatprogramma’s over elkaar heen dollen. Die zaaien eerder onrust dan geruststelling. Ik sla daarom al die praatprogramma’s over. Ik kijk naar het Journaal en hoor af en toe de radio. En thuis blijven! Dat is absoluut geen straf, maar je bent het niet gewend. Het Wereldpaviljoen in Steyl, waar ik doorgaans vele uren per week ben, is gesloten. Gelukkig kan ik veel thuis regelen via de computer. De fanclub van Wout Poels en mijn werk voor de straatkinderen in Rio de Janeiro vergen nu ook de nodige tijd. José en ik wandelen veel. Genietend van de omgeving en die is in Meerlo heel erg mooi. Deze week zelfs een dag met José in ‘haar’ tuin gewerkt.
Heerlijk!"


Volg je het nieuws nog altijd op de voet? Zo ja, via welke media?

"Niet meer zo uitgebreid als vroeger. Via internet krijg je tegenwoordige snel heel veel nieuws gepresenteerd. De Limburger heb ik natuurlijk ook nog, maar ik mis daarin toch wel het regionale nieuws. Hoewel ik de grote verhalen en reportages, vooral sport, zeer waardeer. Van het coronanieuws volg ik alleen het Journaal en de actuele persconferenties. Ik sla alle praatprogramma’s over."

Hoe kijk je naar het tegenwoordige medialandschap, zowel nationaal en lokaal?

"De landelijke kranten doen het mijns inziens nog redelijk. De regionale kranten inclusief de Limburger hebben het moeilijk. Steeds minder abonnees. Ik hoor ook veel kritiek over
het gemis van regionaal nieuws. Regionaal missen we een weekblad dat heel Noord-Limburg bestrijkt. Elke gemeente heeft met de komst van Hallo een eigen weekkrant. Maar daar komt alleen maar nieuws in dat in die gemeente plaatsvindt. Veel organisaties en stichtingen in Noord-Limburg die een grotere uitstraling hebben over de hele regio kunnen hun nieuws nergens meer kwijt. Weekblad Peel en Maas is een positieve uitzondering."


Wat is er anders aan dan in jouw tijd als journalist?

"In mijn tijd hadden we een redactie in Venray met zes, zeven redacteuren. Elke redacteur had zijn/haar eigen gemeente. De editie Venray bestond uit drie pagina’s regionaal nieuws. Nu is er één redacteur voor dit gebied die vanuit Venlo, Roermond of Sittard werkt."


Is het beter of slechter?

"Voor het regionaal nieuws is dat slecht. Maar de filosofie van de krant is gewijzigd. Ze hebben meer producties zoals Project 46 over de dodelijke verkeersslachtoffers. Prachtige producties waar veel tijd in gaat zitten. De krant doet ook meer aan onderzoeksjournalistiek. De collega’s van De Limburger werken keihard."


Als ik zeg Dagblad De Limburger, waar denk jij dan aan?

"Aan een prachtige periode en ik ben blij dat ik bij die krant heb mogen werken. Ik heb veel mensen leren kennen en veel verhalen geschreven over mensen en gebeurtenissen. Met diverse mensen uit het kranten verleden heb ik nog contact."


Als ik zeg Peel en Maas, waar denk je dan aan?

"Ik heb altijd grote waardering gehad en heb dat nog voor het weekblad Peel en Maas. Het enige weekblad in ons land waar de abonnees voor betalen. En een weekblad waar elke week echt heel veel in staat. Over de politiek, verenigingen en de nodige menselijke verhalen. Chapeau!"


Is er nog toekomst voor kranten?

"Ik ben geen helderziende. De jeugd leest nu al bijna geen kranten meer. Alles via internet. Ik vrees het ergste voor de kranten. Maar ik denk wel dat er altijd papieren nieuwsvoorzieningen zullen zijn. In welke vorm: geen idee."


Peel en Maas bestaat op 27 maart 2020 140 jaar.

"Grote waardering voor de uitgever en de redactie. Elke week vele pagina’s politiek en verenigingsnieuws. Achtergronden, interviews e.d. Toen ik nog bij de krant werkte, was het elke donderdagmiddag raak: vlug een Peel en Maas op de kop tikken om te kijken wat wij gemist hebben of juist niet. In Venray leefde Peel en Maas van oudsher meer dan het dagblad. Al deden wij natuurlijk ons best om goed en veel nieuws uit Venray en de kerkdorpen in de krant te krijgen. Ik vond het altijd een leuke competitie tussen Peel en Maas en de krant. De onderlinge relatie tussen redacteuren van Peel en Maas en het dagblad is prima. Nu is Peel en Maas dé nieuwsvoorziening voor de gemeente Venray e.o. Ik lees jullie blad elke week met veel plezier."

Afbeelding