Hij noemt zich in Canada Joe, maar in de regio Venray is hij vooral bekend als Jos. Joe Bardoel (66) kan er hartelijk om lachen. "Jos is te moeilijk voor Canadezen. Die naam kunnen ze niet uitspreken. En Joe klinkt ook wat stoerder."

Hij noemt zich in Canada Joe, maar in de regio Venray is hij vooral bekend als Jos. Joe Bardoel (66) kan er hartelijk om lachen. "Jos is te moeilijk voor Canadezen. Die naam kunnen ze niet uitspreken. En Joe klinkt ook wat stoerder."

Joe Bardoel was onlangs terug in Nederland. Voor de reünie van de familie Bardoel in café D'n Terp in Oirlo, waar zich een kleine honderd mensen die verwant zijn aan wijlen Han en Jan Bardoel uit Merselo zich verzamelden. "Het was prachtig, ongelofelijk mooi", blikt hij terug. "Bijna zestig familieleden waren uit Canada overgekomen. Daarnaast waren er zo'n dertig uit Nederland en enkele bekenden van de familie. Weet je wat zo bijzonder is? Dat iedereen het goed met elkaar kan vinden. Zonder uitzondering. Sommigen zie je amper, de band is altijd gebleven. ja, dat komt ook door Facebook en Skype. De wereld is een stuk kleiner geworden sinds mijn vertrek uit Nederland."

Hij stopt het zelf aan. Op zestienjarig leeftijd maakte hij als boerenzoon vanuit Merselo de overzeese oversteek naar Canada. Zoals eerder drie van zijn broers (Herman, Martien, Harry en de inmiddels overleden Ben) ook deden. Martien, een jaar jonger dan Herman, was de eerste die in 1959 de oversteek maakte naar de provincie Ontario in Canada. "Mijn broers hadden altijd prachtige verhalen over Canada. Dat avontuur trok mij ook."

Als jonge emigrant ging hij direct aan de slag op het silobedrijf van Herman en Martien. "Voersilo's bouwen voor varkens- en koeienstallen. Dat was 'big business'. Hard werken, maar werk zat. In Canada zitten heel veel boeren uit Nederland, ook in de regio London, dat in het zuidoosten van Canada ligt. Ik woonde bij mijn broers en hun gezinnen in. In die jaren verdiende ik 150 dollar per week, heel wat anders dan in Nederland. Daar ontving ik wekelijks 50 gulden aan loon. En je mag er op je zestiende jaar al autorijden." Met een lach: Dat vond ik wel mooi. Ik kocht meteen een Ford Mustang Zo'n auto had in Venray alleen dr. Bloemen."

In de periode 1947-1963 bereikte het aantal overzeese emigranten uit Nederland een peil van 410.000, van wie de meerderheid naar Canada (147.000) reisde. 'Vanwege het sombere economische toekomstperspectief, het huizentekort en de dreiging van een derde wereldoorlog", weet Joe. "Nee, ik heb nooit spijt van mijn beslissing gehad. Ik vind het leuk om terug naar Nederland te komen, maar ben ook altijd weer blij om terug in Canada te zijn. Daar is het minder druk, minder hectisch ook. Het is opener, vrijer en je zit er minder dicht op elkaar. En de natuur is prachtig natuurlijk, ruig, met zijn hoge bergtoppen, heldere bergmeren en wilde dieren. Ja, het is ook een uitstekend vakantieland. Maar pas op: als je er eenmaal bent geweest, wil je nooit meer weg."

Hij zegt het met een knipoog. Want als eigenaar van een camping in Mossley, onder de rook van London, en als gediplomeerd makelaar weet hij zijn onderneming wel onder de aandacht te brengen. "Samen met mijn vrouw Heidi, een Canadese met Duitse roots, en onze 37-jarige zoon Justin runnen we een grote camping: Golden Pond RV Resort. Een familiecamping met bijna 300 plaatsen en ruim vijftig houten huisjes. Met een restaurant, een zwembad, minigolf, tennisbanen, een visvijver en een supermarkt. Van alle gemakken voorzien, in een prachtig natuurgebied. Toen ik de camping in 1977 samen met Herman kocht, waren er dertig plaatsen. We hebben het, later ook met Martien erbij, behoorlijk uitgebouwd en vernieuwd."

Tussendoor behaalde Joe Bardoel ook nog zijn makelaarsdiploma. "Van 1984 tot 1992 heb ik dat bedrijf gehad. Daarna heb ik het aan Martien verkocht." Met een grijns. "Ja, we hebben als broers behoorlijk wat zaken samen gedaan. In 2003 heb ik het vervolgens weer teruggekocht. We verkochten als makelaarsbedrijf vooral grote huizen en boerderijen."

Een hobby van Joe is reizen. "We hebben als gezin al heel wat van de wereld gezien. Griekenland, Portugal, en natuurlijk zijn we ook door heel Canada gereisd. Maar dat deed ik ook als motorcrosser, want die sport heb ik van 1972 tot 1982 op heel hoog niveau beoefend. Dat deed ik in Merselo ook al graag, crossen op de motor, maar in Canada was het bijna professioneel. Ik heb zelfs in grote motorcrosses in de Verenigde Staten, Europa en Canada, de zogeheten 'Supercrosses', meegedaan. Nee, veel geld heb ik er niet mee verdiend, het heeft vooral hele veel geld gekost."