Kapel in circa 1930. Rechts twee leden van de Koninklijke Marechaussee, de wachtmeesters Theunissen (l.) en Vroon.
Kapel in circa 1930. Rechts twee leden van de Koninklijke Marechaussee, de wachtmeesters Theunissen (l.) en Vroon. Foto: Heemkunde Castenray

Het einde van een tijdperk

Algemeen Castenray Religie

Per 1 januari 2022 is de kerk van Castenray gesloten en is er een einde gekomen aan een lange periode van religieuze activiteiten in het Castenrayse godshuis. Voor de oorsprong van dit godshuis moeten we ver terug in de geschiedenis. Hoe ver precies, is moeilijk te zeggen, omdat we ons alleen maar kunnen baseren op wat vastgelegd is. In elk geval bestaat er een oud document over de wijding van een altaar in 1434 in Castenray.

Met instemming van de Venrayse pastoor Hermannus Greve gaf de bisschop van Luik op 23 januari 1434 toestemming voor de wijding van een altaar, gewijd aan Sint-Matthias. ‘Johannes bij de genade Gods en van de Apostolische Stoel Bisschop van Luik, aan allen tesamen en ieder voor zich tot wie dit schrijven van ons komt, heil in hem, die ware Heil is van alle getrouwen van Christus als zij tot Hem bidden om verlossing. Wij volgen onze geliefde kinderen, de inwoners en de gehele gemeenschap van bewoners van het dorp Casterloe van de parochie van Venraede in ons Luikse Diocees voortdurend met gepaste aandacht, in het bijzonder bij wat zij voor ogen hebben ter vermeerdering ven de eredienst aan de Heer. Met genoegen haasten wij ons daarom onze vaderlijke instemming te betuigen met het heilzame voornemen, om een gewijd altaar te stichten ter ere en tot lof van God, de Almachtige, en de Zalige Apostel Mathias, in eerder aangewezen, onlangs gewijde Kapel’.

De kapel, die onder het gezag van de pastoor van de St. Petrus’ Bandenkerk van Venray viel, kreeg een eigen rector die verplicht was twee keer per week mis te lezen. Het benoemingsrecht van de rector werd door de pastoor overgedragen aan de kapelmeester. De Luikse bisschop verklaarde vervolgens op 23 januari 1434, dat de Castenrayse ingezetenen daarvoor zelf een grondrente geschonken hadden. Die bracht jaarlijks zestien malder rogge op, waardoor een rector kon worden onderhouden met niet twee, maar drie wekelijkse missen.

Tegen het einde van de vijftiende eeuw werd tegen de Castenrayse kapel een hoog priesterkoor gebouwd, dat tot op heden alle stormachtige ontwikkelingen heeft doorstaan. In de loop van de eeuwen breidde de verering van St. Matthias zich uit en werd Castenray een bedevaartsoord. En ook St. Brigida werd in Castenray vereerd. Toen in 1774 een grote veesterfte in ons land plaatsvond, kwamen uit heel Zuid-Nederland ‘van den kant van de Wael, van den Rijn en andere verschijde plaetsen’ pelgrims naar de Castenrayse kapel om de voorspraak van St. Brigida in te roepen. Bijna twee eeuwen lang trokken daarna op de feestdag van de Ierse heilige pelgrims naar Castenray om haar zegen over het vee af te roepen. Financieel legde dat de kapel uiteraard geen windeieren. In minder dan drie maanden tijd leverde het f 2000 aan offergeld en misstipendia op. Over het beheer van dat geld ontstond al snel een conflict tussen de pastoor van Venray en de kapelmeester van Castenray.

Aanvankelijk werd het feest van St. Brigida op de tweede zondag na 9 oktober gevierd, tegelijk met de kermis in Castenray. Vanaf 1896 werden incidenteel missen gelezen op 1 februari, de eigenlijke feestdag van Brigida. Peel en Maas van 4 februari 1893 meldde het volgende: ‘Op den 2n Zondag na den 9n October, op den 1n en 2n Februari, op de solemniteit van den H. Matthias en op de eerste vrijdag van elke maand, ziet men dan ook honderden pelgrims uit omliggende dorpen, welke in vertrouwen hunnen gebeden alhier tot de H. Brigida opzenden’. In datzelfde jaar was bisschop Boermans van Roermond op verzoek van pastoor Leens te Oirlo en kapelaan Coolen in Castenray op 25 januari 1893 overgegaan tot de oprichting van de Broederschap van St. Brigida. Dat gaf weer een extra impuls aan de verering van de heilige en op haar feestdag kwamen in die jaren honderden mensen uit de omliggende dorpen naar Castenray.

De vereerders stonden tot op het priesterkoor en tot buiten de kapeldeuren. Na afloop van de hoogmis vond een zegening van water en brood plaats en was er gelegenheid tot verering van de reliek. In 1927, toen de veestapel getroffen werd door mond- en klauwzeer, kreeg Brigida een eigen altaar in de kapel van Castenray.

In januari 1923 gaf de gemeente toestemming om de Castenrayse kermis van oktober te verplaatsen naar de laatste zondag van augustus. Daarom kwamen op 24 februari en op de laatste zondag van augustus de landbouwers opnieuw naar Castenray. Dan werd het feest van de patroonheilige St. Matthias gevierd, want ook hij gold als beschermheilige van het hoornvee, het pluimvee, de varkens en de paarden. Op zijn feestdag werd in Castenray de Sinte Methieskermes gehouden. Veel mensen gingen op die dag naar de kapel, knielden neer voor het Allerheiligste en vereerden de relikwie van Sint-Matthias. Op die dag werd feest gevierd in het dorp.

De mensen mochten niet werken, ze gingen naar de mis en bezochten de cafés. De kinderen werden vermaakt met kinderspelen. Die kermis duurde maar één dag. Vanuit de hele omgeving kwam men naar de Sinte Methieskermes. De reden daarvan zal geweest zijn dat de lente in aantocht was en men wilde bidden voor een goede oogst. Er stonden tijdens die kermis twee danstenten, één bij café Hendriks en één bij café Dinghs of bij de koster. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is de Sinte Methieskermes niet meer gevierd.

Bij een reorganisatie van het bisdom Aken in 1804 werden de parochiegrenzen gewijzigd en werd Castenray ingedeeld bij de parochie van de H. Gertrudis te Oirlo. Vanuit Oirlo toog voor de bediening van de kapel – die in 1804 een verandering onderging – voortaan een kapelaan over ‘t káppelaonsdiekske naar Castenray. Vanwege bevolkingsgroei en de toeloop van pelgrims moest de kleine kapel in 1911 plaatsmaken voor een aanmerkelijk grotere. Architect Caspar Franssen, een leerling van Pierre Cuypers, liet tegen het hoge priesterkoor een kapel met drie gewelfvakken bouwen. Een rank torentje gaf de kapel extra accent. Op 23 juni 1910 werd de verbouwing aanbesteed en in 1911 was de nieuwe kapel klaar.

Castenray streefde naar zelfstandigheid en eind mei 1922 werd het dorp door Mgr. Schrijnen aangemerkt als rectoraat en werd kapelaan Gerards benoemd tot rector. Hij betrok in datzelfde jaar de nieuwgebouwde rectoraatswoning. In 1925 werd hij opgevolgd door rector Mulder en in 1927 kwam rector Kuipers (1927-1932). Tijdens zijn rectorschap kreeg Castenray het recht om in eigen kerk kinderen te dopen en overledenen op een eigen kerkhof (1929) te begraven.

Door het gestaag groeiende aantal inwoners en de vele bedevaartgangers was de kapel rond 1930 al weer te klein. Op 15 augustus 1933 was het bisschoppelijk besluit genomen dat het rectoraat Castenray verheven zou worden tot de parochie Castenray. De rectoraatswoning werd pastorie en Richard Verheggen – al sinds 1932 rector van Castenray – werd tot pastoor benoemd. Naar hem ging nu ook het recht om huwelijksdiensten te houden in de Castenrayse kapel. De installatie van pastoor Verheggen door deken Thielen uit Venray vond plaats op 10 september 1933.

In april 1933 was Richard Verheggen al begonnen met de bouw van het patronaat en op 8 september 1933 werd dit nieuwe gebouw ingezegend. Castenray telde op dat moment ruim zeventig gezinnen en de kapel was al weer te klein voor alle kerkgangers en bedevaartgangers. Daarom vatte pastoor Verheggen in 1933 het plan op om de kapel uit te breiden met een vierde gewelfvak en uit te bouwen tot een volwaardige kerk. Op 16 februari 1934 werd de vergroting van de kerk goedgekeurd door bisschop Lemmens. De verbouwing werd gegund aan de laagste inschrijver, de firma Dinghs uit Castenray, en het geheel werd uitgevoerd onder leiding van architect Joseph Franssen (een zoon van Caspar) uit Roermond. De verbouwing kostte uiteindelijk volgens gevonden rekeningen f 28.310,82. Het mooie ranke torentje werd gesloopt. Bij de nieuwe kerk kwam aan de voorkant een hoge toren met daarnaast een traptorentje, dat naar het oksaal leidde. Ook werden zijbeuken met biechtstoelen, een kinderkapel, een doopkapel en een sacristie bijgebouwd. 

Dit kerkgebouw was geen lang leven beschoren, want op 13 november 1944 lieten de Duitse bezetters de kerktoren springen, omdat deze als observatiepost zou kunnen dienen voor de oprukkende geallieerden. Tien dagen later werd Castenray bevrijd en konden de laatste geëvacueerde inwoners terugkeren. Ze zagen dat de kerktoren weg was en het dak en gewelf ingestort waren. Het historische priesterkoor was wel beschadigd, maar verder gelukkig behouden gebleven. De communiebank was totaal vernield, evenals de antieke preekstoel. In het middenschip lag het puin metershoog en alle glas-in-loodramen waren kapot. 
In 1949 was door de enorme inzet van pastoor Rieter de kerk weer herbouwd en zelfs uitgebreid met een vijfde gewelfvak. Het was de eerste kerk in Limburg die met toren en al herbouwd was. In 1952 kreeg Castenray in de apsis van het priesterkoor een gebrandschilderd raam van Charles Eyck en in 1958 volgden twee gebrandschilderde ramen van Hans Truyen.

In 2004 onderging de kerk een grootscheepse restauratie en vier jaar later mocht de Castenrayse gemeenschap nog met trots het 75-jarig parochiejubileum vieren. En nu is het kerkgebouw dat het centrum van Castenray siert, gesloten en moet uitgekeken worden naar een nieuwe bestemming.

Afbeelding
‘Vertraging Maaslijn funest voor groei regio’ Algemeen 3 uur geleden
Afbeelding
Anton Kropivšek neemt afscheid Algemeen 4 uur geleden
Afbeelding
Nieuw programma Schouwburg Venray Algemeen 17 mei, 15:01
Afbeelding
Bronzen waarderingspenning voor Lei Zanders Algemeen 17 mei, 13:22
Afbeelding
Airfryer: een gezond alternatief voor de traditionele frituur! Ingezonden mededeling 12 mei, 13:20
Afbeelding
Frans Koenen trainer van het jaar Sport 17 mei, 10:33
Afbeelding
Vijfde plek voor Britt Jans-Beken Sport 17 mei, 08:56
Afbeelding
Droom zussen komt uit met Lole Fashion Nieuws 17 mei, 08:41